Keer terug naar nieuws-overzicht
260309 F07 LEYSENDEVOGELAERE 006

Kan ik veroordeeld worden tot betaling van de advocatenkosten van mijn tegenpartij?

Geschreven door Indra VANCOPPENOLLE

Een veelgestelde vraag bij gerechtelijke procedures is of je uiteindelijk ook de advocaatkosten van de tegenpartij moet betalen.

Het korte antwoord: ja, dat kan, maar niet onbeperkt en volgens duidelijke regels.

1. Wat is de rechtsplegingsvergoeding?

In België bestaat er een systeem dat de zogenaamde rechtsplegingsvergoeding regelt. Dit is een forfaitaire tegemoetkoming in de kosten en erelonen van de advocaat van de partij die in het gelijk wordt gesteld. De ‘winnaar’ van de procedure dus.

Belangrijk om te weten is dat het niet gaat om de volledige terugbetaling van de werkelijke advocatenkosten, maar om een vast bedrag dat wettelijk wordt bepaald. Het is bijvoorbeeld niet zo dat je de facturen van de advocaat kan voorleggen en dat die dan worden betaald door de tegenpartij (bij een veroordeling van tegenpartij).

Dat betekent ook dat de keuze van een (duurdere) advocaat door de tegenpartij geen invloed heeft op wat jij eventueel moet betalen. De rechtsplegingsvergoeding blijft immers forfaitair, ongeacht de effectieve erelonen van de advocaat.

2. Hoe wordt dit bedrag bepaald?

De rechtsplegingsvergoeding is geen willekeurig bedrag. Ze wordt vastgesteld aan de hand van wettelijk bepaalde tarieven, die onder meer rekening houden met:

  • de aard van de zaak;
  • de waarde van het geschil;
  • de complexiteit van de procedure.

Voor elk type zaak bestaat er een minimum-, basis- en maximumbedrag.

Doorgaans wordt in de praktijk het basisbedrag gevraagd en toegekend.

Wanneer een procedure meerdere vorderingen omvat, wordt voor de berekening van de rechtsplegingsvergoeding in principe rekening gehouden met de vordering met het hoogste bedrag.

Deze regeling is opgenomen in artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek en verder uitgewerkt in het Koninklijk Besluit van 24 mei 2024.

De rechtsplegingsvergoeding kan in burgerlijke zaken in principe steeds worden gevorderd. In strafzaken is dit daarentegen slechts mogelijk in een beperkt aantal gevallen, bijvoorbeeld wanneer een burgerlijke partij betrokken is in de procedure. Dan nog hangt het in strafzaken af van het verloop van de procedure.

3. Hoe beoordeelt de rechtbank dit?

De rechter beschikt over een zekere beoordelingsmarge en kan de rechtsplegingsvergoeding aanpassen binnen de wettelijke grenzen. Dit wordt dus dossier per dossier bekeken.

Zo kan de rechter rekening houden met:

  • de financiële draagkracht van de in het ongelijk gestelde partij:
  • de complexiteit van de zaak;
  • het kennelijk onredelijk karakter van de situatie;
  • contractueel bepaalde vergoedingen voor de in het gelijkgestelde partij.

Op basis daarvan kan de vergoeding worden verhoogd of verlaagd, maar steeds binnen de wettelijk vastgestelde minima en maxima.

4. Wat bij juridische tweedelijnsbijstand (pro deo)?

Wanneer een partij recht heeft op tweedelijnsbijstand, wordt de rechtsplegingsvergoeding in principe beperkt tot het minimumbedrag.

Dit heeft tot gevolg dat de financieel zwakkere partij bijkomend wordt beschermd tegen hoge kosten.

5. Wie moet de rechtsplegingsvergoeding betalen?

De rechtsplegingsvergoeding wordt, zoals eerder reeds vermeld, gedragen door de partij die in het ongelijk wordt gesteld. De ‘verliezer’ van de procedure dus.

De in het ongelijk gestelde partij betaalt een forfaitaire bijdrage in de advocatenkosten van de tegenpartij.

Wanneer partijen echter elk gedeeltelijk in het gelijk en ongelijk worden gesteld, komt dit in de praktijk er vaak op neer dat de vergoeding tussen de partijen wordt verdeeld, bijvoorbeeld elk voor de helft. Dit is een beoordeling die de rechter maakt en dan ook motiveert in het vonnis.

6. De bedragen (geldig vanaf 01.03.2025)

Basisbedrag

Minimumbedrag

Maximumbedrag

Tot € 250,00

€ 235,47

€ 117,73

€ 470,93

Van € 250,01 tot € 750,00

€ 313,95

€ 196,22

€ 784,88

Van € 750,01 tot € 2.500,00

€ 627,91

€ 313,95

€ 1.569,77

Van € 2.500,01 tot € 5.000,00

€ 1.020,35

€ 588,66

€ 2.354,65

Van € 5.000,01 tot € 10.000,00

€ 1.412,79

€ 784,88

€ 3.139,53

Van € 10.000,01 tot € 20.000,00

€ 1.726,74

€ 981,10

€ 3.924,42

Van € 20.000,01 tot € 40.000,00

€ 3.139,53

€ 1.569,77

€ 6.279,07

Van € 40.000,01 tot € 60.000,00

€ 3.924,42

€ 1.569,77

€ 7.848,84

Van € 60.000,01 tot € 100.000,00

€ 4.709,30

€ 1.569,77

€ 9.418,60

Van € 100.000,01 tot € 250.000,00

€ 7.848,84

€ 1.569,77

€ 15.697,67

Van € 250.000,01 tot € 500.000,00

€ 10.988,37

€ 1.569,77

€ 21.976,74

Van € 500.000,01 tot € 1.000.000,00

€ 15.697,67

€ 1.569,77

€ 31.395,35

Boven € 1.000.000,01

€ 23.546,51

€ 1.569,77

€ 47.093,02


* bedragen aangepast aan de indexatie en geldig vanaf 01/03/2025

Voor de toepassing van dit artikel wordt het bedrag van de vordering vastgesteld overeenkomstig de artikelen 557 tot 562 en 618 van het Gerechtelijk Wetboek in verband met de bepaling van de bevoegdheid en de aanleg. Wanneer het geschil betrekking heeft op de titel van een uitkering tot onderhoud, wordt in afwijking van artikel 561 van hetzelfde Wetboek het bedrag van de vordering berekend, ter bepaling van de rechtsplegingsvergoeding, op basis van het bedrag van de annuïteit of van twaalf maandelijkse termijnen.

Voor de geschillen die betrekking hebben op niet in geld waardeerbare vorderingen bedraagt het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding € 1.883,72 het minimum bedrag € 117,73 en het maximum bedrag € 15.697,67.

Meer weten of vragen over de rechtsplegingsvergoeding? Contacteer ons.